Skip to content

Mijn rapport

Of voeg hier onderwerpen toe die jij interessant vindt en download jouw gepersonaliseerde rapport.

1. Ambitie

2. Uitgangspunten

3. Maatregelen

Bijlagen

Stuur mij deze rapportage toe

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Context van het Brabants Verkeersveiligheidsplan

Het Brabants Verkeersveiligheidsplan past binnen diverse Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen en afspraken.

Europese Vision Zero

Hoewel de Europese wegen de veiligste in de wereld zijn, is het aantal doden en gewonden in het Europese verkeer nog steeds hoog. Daarom heeft de Europese Unie (EU) met haar Vision Zero en Safe System gekozen voor een aanpak die tot doel heeft ernstige of dodelijke ongevallen op de Europese wegen uit te bannen. De EU werkt daarvoor nauw samen met autoriteiten in de EU-landen en bouwt voort op nationale initiatieven. Daarnaast stelt de EU nieuwe doelstellingen vast (zoals een verlaging met 50% van het aantal verkeersdoden en ernstige gewonden vóór 2030) en werkt ze aan verbetering van ongevalsfactoren (infrastructuur, voertuigveiligheid, rijgedrag en hulpverlening). Zij stelt hiertoe wetgeving vast, steunt voorlichtingscampagnes, helpt EU-landen en andere bij verkeersveiligheid betrokken instanties om relevante ervaring uit te wisselen, en verleent subsidies.

 

Nationale en Brabantse Omgevingsvisie

Verkeersveiligheid is een onderdeel van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het rijk stelt deze visie op met provincies, gemeenten, waterschappen en andere belanghebbenden. Het Brabantse verkeersveiligheidsplan draagt bij aan de nationale belangen en prioriteiten: het realiseren en waarborgen van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. De opgave die daarbij hoort is om de (verkeers)ruimte slim en veilig in te richten. De Brabantse aanpak draagt bij aan de landelijke prioriteiten ‘duurzaam economisch groeipotentieel’ en ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. In de Brabantse Omgevingsvisie draagt verkeersveiligheid bij aan ‘werken aan de slimme netwerkstad’ en ‘werken aan een concurrerende, duurzame economie’. We leggen daarom bijvoorbeeld goede, veilige fietsverbindingen aan tussen de stad en het landelijk gebied. Daarmee dragen we bij aan de duurzame mobiliteit en klimaatdoelstellingen. Verkeersveiligheid is op die manier belangrijk voor de kwaliteit van leven van iedereen.

 

Coalitieakkoorden, bestuursakkoorden van partners

Partners leggen verkeersveiligheid vast in een coalitie- en bestuursakkoorden of (handhavings)plannen. Hoewel de meeste er geen apart beleid voor maken, besteden veel gemeenten aandacht aan verkeersveiligheid in hun coalitieakkoord. Verkeersveiligheid is onderdeel van de gemeentelijke verkeers- en vervoersplannen. Gemeenten voeren als wegbeheerder infrastructurele projecten uit en maken uitvoeringsprogramma’s voor gedragsprojecten. Bovendien maken ze afwegingen over verkeersveiligheid (handhaving) in het Integrale Veiligheidsplan (IVP), in relatie tot ruimtelijke ordening en leefbaarheid. Ook in de op te zetten omgevingsvisies krijgt verkeersveiligheid vaak een plek, om zo de samenhang met andere onderwerpen aan te geven.

Regio’s besteden aandacht aan verkeersveiligheid in hun mobiliteitsprogramma’s. Bovendien is het een onderwerp in de mobiliteitsstrategie van de B5-steden en uiteraard in de regionale uitvoeringsprogramma’s verkeer en vervoer. In het Bestuursakkoord 2020-2024 van de provincie staat dat verkeersveiligheid structurele aandacht krijgt en dat de provincie inzet op de pijlers infrastructuur, gedrag en handhaving. De provincie belegt verkeersveiligheid in de portefeuilles ‘mobiliteit’ en ‘veiligheid’.

 

Landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en Brabantse risico-inventarisaties

Het Brabantse plan sluit verder aan bij de uitgangspunten van het landelijke Strategische Plan Verkeersveiligheid 2030. We hebben dezelfde ambitie: nul verkeersslachtoffers. De Brabantse governance past bovendien goed in de landelijke visie daarop. In lijn met het SPV werken we volgens een risicogestuurde aanpak. De landelijke thema’s die genoemd worden in het SPV, zijn veilige infrastructuur, heterogeniteit in het verkeer (verschillen in snelheid, massa en omvang van vervoersmiddelen), technologische ontwikkelingen, kwetsbare verkeersdeelnemers, onervaren verkeersdeelnemers, rijden onder invloed, snelheid, afleiding en verkeersovertreders. Uit de Brabantse risico-inventarisatie en de vele regionale en Brabantbrede sessies (bestuurlijk, ambtelijk en voor niet-overheidspartners) blijkt dat de Brabantse thema’s komen overeen met de landelijke.

 

Evaluatie Brabants Verkeersveiligheidsplan 2016-2020

Voor het Brabantse plan 2020-2024 hebben we gebruikgemaakt van de evaluatie van het BVVP 2016-2020. Uit de evaluatie blijkt dat Brabant landelijk gezien vooruitstrevend en actief is op het gebied van verkeersveiligheid. Op het gebied van governance hebben we de afgelopen vier jaar grote stappen gezet. Voor uitwerking in de praktijk is op sommige punten nog aandacht nodig. Een aanbeveling uit de evaluatie is om handhaving beter te integreren in het verkeersveiligheidsbeleid (iemand van politie met het juiste mandaat aan de overlegtafels, handhaving prioritair onderdeel maken van de lokale driehoek). Een andere aanbeveling is om het BVVP een meer sturende werking te geven (bijvoorbeeld door duidelijke afspraken over wie wat doet). Niet alle gemeenten zijn even actief bezig met verkeersveiligheidsbeleid. Dat heeft onder meer met capaciteit te maken. Aanbevolen wordt dan ook de betrokkenheid van gemeenten te versterken. Dat kunnen we doen door het gevoel van urgentie voor verkeersveiligheid te verhogen en mogelijkheden voor gemeenten te creëren om lokaal de juiste maatregelen te nemen. De sturende werking van de provinciale financiële middelen voor de regio’s is beperkt. Beter is het samen met gemeenten voorwaarden te stellen voor gerichte en effectieve inzet van middelen. Maatregelen van gemeenten zijn niet altijd in lijn met het BVVP. Uit de evaluatie komt naar voren dat het kan helpen verkeersveiligheidsrisico’s in kaart te brengen en voor toetsing van projecten een gedragspsycholoog in te zetten. Dat levert meer gecoördineerde en effectieve maatregelen op.